Eind januari zijn vlak achter elkaar Frans Nieuwenhuis (92), Cees van Rooijen (86) en Leo van Brussel (82) overleden. Zij hebben alle drie een lange Graaf Willem geschiedenis en hebben veel voor de vereniging betekend.
Frans Nieuwenhuis (1933) werd vlak na de oorlog in 1946 lid van Graaf Willem. Zijn vader Eep vervulde een belangrijke rol bij de club. Hij groeide vanzelf mee in de vereniging en was daarin van jongst af aan al heel actief. Hij kon vanuit een ijzeren geheugen boeiend vertellen over zijn vele ervaringen op de club. Als 14-jarige op de fiets bracht hij voetballen (met een leren veter) naar de club die nodig waren voor wedstrijden, op zijn 15e werd hij redacteur van de Ridder, ze vouwden thuis clubblaadjes, die hij op de fiets langs bracht bij de leden, contributienota’s (zijn vader was penningmeester) werden per fiets thuisbezorgd, enzovoorts enzovoorts. Hij deed jarenlang erg veel commissiewerk en werd midden jaren 60 ook nog even voorzitter. Hij was vooral een recreatief voetballer, hoewel hij ook twee wedstijden in het eerste speelde . Karakteristiek voor zijn voetbal sfeer is wellicht de volgende korte anekdote: “Op een prachtige zondagmorgen speelden we eens tegen 'de HVV' op een berijpt veld in een heerlijke winterzon. Hun keeper schoot heel hoog en heel ver uit. De eerste keer kopte ik zo'n bal terug, de tweede keer kreeg de de-HVV-midvoor de bal op het hoofd. Hij kwam toen naar mij toe: "Zeg kerel, kunnen wij geen afspraak maken, wij laten de bal eerst één keer stuiten en strijden er pas daarna om". En zo geschiedde.” Hij kon ook breeduit lachen als hij vertelde dat zijn vader hem een keer langs het veld influisterde toen zij beiden stonden te kijken naar zijn zoon dat “het voetbaltalent een generatie heeft overgeslagen”. Hij was maar wat trots dat na hem ook de 3e en 4e generatie Nieuwenhuis erg actief zijn (geworden) binnen de vereniging. Hij was heel lang een graag geziene supporter van het eerste elftal waar eerst zijn zoon en later zijn kleinzoon ook jaren in speelden. De laatste jaren waren bezoeken aan oud leden reünies nog erg waardevol voor hem.


Cees van Rooijen (1939) had niet zoveel met de sport van zijn vader, korfbal. Hij wilde voetballen en wel bij Quick Steps, dat was lekker dichtbij in de Zuiderparkbuurt, waar de familie woonde. Maar het zou anders lopen. De beoogde middelbare school was het AC. En deze school had zoals bekend zijn eigen club, en als er door AC-leerlingen gevoetbald werd, dan was het bij Graaf Willem II-VAC en nergens anders. Zo kwam in 1951 de toen twaalfjarige Cees in de junioren van Graaf Willem terecht. Met veel plezier heeft hij alle jeugdelftallen doorlopen. Cees was een fraaie stylist met een gave techniek. In de A1 werd hij bij een wedstrijd tegen ADO A1 gescout, maar zijn vader hield de boot af. Voetbal in plaats van korfbal was al erg genoeg. Tot een echte doorbraak naar het eerste elftal is het nooit gekomen. Hij heeft meer dan een decennium in het tweede elftal gespeeld. Cees (op de elftalfoto bovenste rij tweede van links) voetbalde tot 1994 in een ‘echt’ Graaf Willem veteranenelftal met spelers als René Smeets, André Poelman, Paul Eggermont en Peter de Kok. Naast voetbaltalent had hij ook schrijftalent. Vijf jaar lang is hij in zijn eentje Ridderredacteur geweest en daarnaast heeft hij onder de pseudoniemen CRAVR en Rudolph Adriaense talloze stukjes geschreven. Verder is hij natuurlijk ook vele jaren redacteur van de Heraut geweest, een historisch clubblad en was hij een van de redacteuren van het 75-jaar jubileumboek. Naast een bestuurslidmaatschap van zo’n jaar of tien en een voorzitterschap van de jeugdcommissie, was Cees sinds 1970 ook elftalleider. Zoons Erwin en Eduard traden zodra de leeftijd het toestond in hun vaders voetsporen, zowel in het voetballen alsook in actief zijn voor de vereniging.


Leo van Brussel (1943) is eveneens bij Graaf Willem beland doordat hij op het Aloysiuscollege zijn middelbare schooltijd doorbracht. Hij was een recreatief voetballer en bracht de nodige tijd door op de Roggewoning toen ook zijn zoons Robert-Jan en Maarten oud genoeg waren om te gaan voetballen. Leo is in die periode jarenlang actief geweest als voorzitter van de jeugdcommissie. Het veel te vroege overlijden van Robert-Jan is voor de familie van Brussel en een aantal Graaf Willem vrienden een ongelofelijk verlies geweest. Leo en Maarten zijn lang blijven voetballen in vriendenteams, waar vriendschappen voor het leven uit zijn voortgekomen. Dat geldt voor Maarten op die manier met Eduard, de jongste zoon van Cees van Rooijen. Leo voetbalde nog vele jaren in veteranenelftallen, o.a. ook met Frans Nieuwenhuis en een heel aantal andere bekende oud-Graaf Willemers. De laatste jaren speelde hij bridge samen met Eppe, de oudste zoon van Frans. Zo blijkt maar weer dat door Graaf Willem vele familielijnen met elkaar verweven zijn door jarenlange en vaak ook levenslange onderlinge vriendschappen.
